KInderen van de Falls

 

 

NA DE ROMANTISCHE PERIODE  

'Toen Lisette Hoogsteyns omstreeks 1980 opnieuw wilde gaan publiceren, strookte haar romantische benadering niet meer met de sociaal-realistische mode van die dagen. Met name Cynthia Voigt, Katherine Paterson, Anne Fine en Marilyn Sachs inspireerden haar tot verhalen die op de realiteit gebaseerd zijn en een strakke compositie hebben.'

 

Een andere aanpak

“Als je een realistisch verhaal wilt schrijven, dat zich buiten je eigen landsgrenzen afspeelt, ga dan vooraf ter plaatse kijken of beter nog, verblijf er een tijdje.

In ‘83 wou ik een boek schrijven over de Noordierse kwestie, nadat we tijdens enkele vakanties een Ierse jongen in ons gezin hadden opgenomen. Maar in mijn nieuwe kladschrift

Verschenen alleen maar aarzelende zinnen. Want hoe zag de wereld vaan Sean en Martin er eigenlijk uit? Veel hadden ze er niet over losgelaten. Het waren erg gesloten jongens en door hun Belfast accent en dialect moeilijk te verstaan.

Een paar weken staarde ik, tot diep in de nacht, naar het keukenplafond, maar dat gaf geen antwoord. Er zat dus niks anders op dan met eigen ogen te gaan kijken.

Na een week in de Falls - een katholieke arbeiderswijk in Belfast - kwam ik terug met een duidelijk beeld van Martins familie in mijn hoofd.

Ik had hun armoede gezien, de troosteloze buurt vol werklozen, de angst voor aanslagen , de gepantserde legervoertuigen in de straten, de dreiging van zwaargewapende Britse soldaten die voortdurend voor hun eigen leven vreesden, de fouilleringen… Echt een land op de rand van een burgeroorlog.

Die stemming kan je onmogelijk uit je duim zuigen. Zonder die reis naar Belfast zou het verhaal - qua sfeerschepping - niet veel om het lijf gehad hebben.”

“Op het einde van de jaren zeventig had ik in de krant een oproep van Euro-Children gelezen. Nu, een kind uit de oorlog of uit de oorlogssfeer halen, heeft me altijd sterk aangesproken. Misschien omdat ik mij nog zeer goed de kinderen uit Noord-Nederland herinner, die na de Hongerwinter van 1944 naar ons land zijn gekomen en een tijdlang bij ons in de buurt logeerden.

Ik heb dan bij Euro-Children om inlichtingen gevraagd, maar door allerlei omstandigheden werd een aanvraag alsmaar uitgesteld. En het werd ’82 voordat Sean Smith bij ons kwam. Onze jongste zoon was toen 12 en Sean was 11. In 1983 en ’84 kregen we Martin Selby, ook ongeveer van die leeftijd.

 

 

 

 

Het waren twee totaal verschillende jongens. 

Sean, zeer gesloten van karakter, liet wel duidelijk zijn afkeer voor de protestanten blijken. Zo herinner ik mij dat ik een sinaasappel op zijn bord legde. Hij nam zijn vork en mes en maakte gebaren of hij in de oranjeappel wilde kerven. Het was een ‘orange-man’ zei hij, die hij zijn kop wilde afhakken.

U weet wel, het zijn de Orangemannen die jaarlijks hun optochten houden om hun protestantse superioriteit te demonstreren.

Martin was een vrolijke jongen, behulpzaam ook. Hij ging zijn bord en zijn kopje al afwassen onder de kraan, terwijl wij nog aantafel zaten. In het begin ging hij bij het eten altijd zo’n meter van tafel zitten. I9k heb hem dikwijls moeten vragen om alsjeblief toch dichterbij te komen. Later, nadat ik in Belfast was geweest, begreep ik die rare gewoonte. Het is iets wat ik in mijn boek heb aangehaald, omdat het mij bijzonder getroffen heeft.

Tussen de twee jongens die bij ons geweest zijn, was er een enorm verschil. De eerste was zeer gesloten, de tweede had een open karakter. Een typerend voorbeeld:

Op een snikhete dag gingen we naar een speeltuin. Sean als een paramilitairke met veterlaarzen, kakibroek en hemd, kortgeknipt haarwilde van geen water weten. Een jaar later spartelde de tweede in het water voor onze kinderen de tijd gevonden hadden om zich uit te kleden.”

 

Naar Belfast

“Als je dan zo drie zomers de gedragingen van die jongens hebt meegemaakt – kinderen die toch uit een totaal verschillende wereld dan de onze komen – wil je meer en meer hun levenssituatie leren kennen. Als een auteur nieuwsgierig wordt, begint het boek te groeien. Het laat je niet meer los. Zeker niet na mijn bezoek aan Belfast in oktober 1983. Het was een ervaring die je niet in je achterhoofd kon laten zitten.

Ik ben naar Belfast gegaan omdat ik de sfeer zo getrouw mogelijk wou weergeven. Speciaal naar de Falls, de katholieke arbeiderswijk, waar een van onze jongens woonde.

 

Een week bij Martin Selby

Er werd afgesproken om bij Martin te logeren. Ik ben er goed ontvangen geworden door zijn moeder, een weduwe met zes kinderen. Achteraf vertelde ze me dat ze verschrikkelijk tegen mijn komst had opgezien. Maar ik geloof dat we allebei plezier gehad hebben aan elkaar.

Als ik zeg, goed ontvangen, bedoel ik hartelijk ontvangen. Wij denken daarbij dan nog aan een goedgevulde tafel. Wel, die mensen hebben me één keer bacon en vis voorgezet en ik denk dat dit voor hen ‘een goed gevulde tafel’ ,betekende. Of liever, een goedgevulde schoot, want er was niet eens een tafel. Ik heb maar een paar keer samen met hen gegeten. Ze beweerden altijd dat ze, ofwel pas gegeten hadden, of dat ze geen honger hadden. Ik had dat niet meteen door, maar achteraf begreep ik dat er voor hen gewoonweg geen bacon of vis was. In de brochure van Euro-Children, over Ierse gewoontes, wordt wel verteld dat de kinderen bij het ontbijt gewoonlijk cornflakes eten. Maar ik was terechtgekomen in een gezin, dat cornflakes gewoonweg niet kon betalen.

Ik zei daarnet dat er geen tafel was. Maar die woonkamertjes zijn zo piepklein, dat er gewoonweg geen plaats is voor een tafel. Josephine, het meisje dat nog naar school ging, moest dus haar huiswerk maken met haar boek voor zich op de grond, terwijl ze er op haar knie¨zen bijzat, achterste in de lucht.

Zo had ik ook een legpuzzel van 800 stuks meegebracht voor een van de jongens. Het ventje heeft de hele zaak duin de doos laten zitten, want er was nergens plaats om die puzzelstukjes aan mekaar te leggen.

Er was armoede maar ook een keertje dolle pret. Dat was de eerste avond. Mijn gastvrouw had een twintigtal vriendinnen uitgenodigd. Haar oudste dochter zou gaan trouwen en dat moest gevierd worden met ‘een Party’. Tegen 10 u., 10.30 u. kwamen ze opdagen.

De vrouwen zaten allemaal opeengepakt in het woonkamertje van drie op vier. Ze hadden hun eigen drank meegebracht, whisky en wodka, en mijn gastvrouw had voor hapjes gezorgd. Dat wil zeggen: droog brood in stukken verdeeld en daartussen wat grofgesneden ajuin gepropt.

Ik was vreselijk benieuwd hoe zo’n party zou verlopen, maar die dames bleven allemaal een beetje gereserveerd zitten op hun stoel of een bankje of een leuning of waar ze zoal plaats gevonden hadden. Ik voelde wel dat dit zachte gekeuvel niet de normale gang van zaken was.

Mijn gastvrouw had me aan haar vriendinnen voorgesteld en erbij verteld dat ik een boek over Belfast wou schrijven. Onmiddellijk zag ik een van hen een vinger op de lippen leggen en een seintje geven van: mond houden, niks loslaten.

 Er kwam geen schot in de zaak. Ik zat er teveel bij, dat was duidelijk. Ik wachtte nog een beetje, tot een van de dames tegen me zei, dat ik er erg moe uitzag, dat dit niet verwonderlijk was, na zo’n lange reis met trein en boot enz.

Er zat dus voor mij niks anders op dan maar op te stappen. Ik was geen tien minuten in bed of het tumult brak los. Net wat ik verwacht had. Tot de ochtend was het schateren en gieren en zingen en staan te kokhalzen op het binnenkoertje.

Gelukkig is niet iedereen zo bang geweest als de vrouw die avond die haar mond niet durfde voorbijpraten. Van mijn gastvrouw – ook niet in het begin maar later – van de onderwijzer Joe Cochrane en van bewoners van de wijk heb ik wel genoeg kunnen opsteken om het leven ginds zo getrouw mogelijk te kunnen weergeven. Ik heb een bezoek gebracht aan een dienstcentrum van Sin Fin en er documentatie meegekregen. Rondgekeken in de stad, in het centrum...”

UITGAVE  ‘KINDEREN VAN DE FALLS’ 

 Altiora Averbode

Op 16 maart 1984 werd het manuscript naar Averbode gebracht. Eind november kwam het volgende antwoord:

‘Sorry voor het aanslepen van enig nieuws over uw werk ‘Kinderen van de Falls’. In ‘t kort samengevat wat de lektoren van uw werk vinden:

-         De Noord-Ierse situatie is tamelijk indringend beschreven. Toch verdere uitwerking gevraagd alhoewel soms te belerend.

-         Humor

-         Realisme

-         Vlotte stijl, behoorlijke taal.

Toch wordt als minder goed ervaren:

-         Psychologische karaktertekening van Thomas en Francis.

-         Soms ietwat langdradig (bv. Pretpark – overbodig?)

-         Waarom geen link tussen Thomas en Francis?

-         Teveel twee verhalen in één boek.

Algemene aanvraag: grondige herwerking.

Wegens personeelsgebrek kan deze begeleiding spijtig genoeg niet bij ons gebeuren. Indien u het zelf kan , willen wij het boek na herwerking nogmaals onderzoeken. Maar misschien heeft u een andere kandidaad-uitgever.’ (N.Vranckx)

 

Tilly Stuckens

Intussen was er telefonisch contact genomen met Tilly Stuckens, journaliste bij De Standaard en meest gewaardeerde recensente van kinder- en jeugdboeken. Eind mei brachten we haar (Merchtem)het manuscript en op 05 juni ’84 ontvingen we het volgende schrijven:

 

Beste mevrouw Hoogsteyns,

In grote lijnen mijn ideeën over uw nieuw boek:

-          een goed verhaal, behoorlijk gedokumenteerd, aktueel, voor nogal wat gezinnen herkenbaar, vanwege het feit dat er al zo lang Ierse kinderen naar hier komen.

-          Het afwisselend ‘dekor’ (Ierland, Vlaanderen) brengt ‘lucht’ in het verhaal. Is als formule niet bepaald origineel, maar doet het.

-          Ik vind uw schrijfstijl verbeterd, kernachtiger. De dialogen doen bij momenten nog wel gemaakt aan (Vooral in ‘Vlaamse’ fragmenten).

-          De beste fragmenten spelen zich in Ierland af. Het ‘Vlaamse’ gedeelte is (in zijn geheel) zwakker. Er komen wel enkele markante momenten in (aankomst, eerste voetbalspel, onweer) maar ik vind ze niet helemaal goed uitgewerkt. Terwijl het bezoek aan het pretpark dan weer te uitgesponnen voorkomt.

-          De tegenstelling tussen de dramatische situaties ginds, en het haast banale leventje bij ons, is goed, maar misschien moet je – voor kinderen - wat meer de aandacht vestigen op die tegenstelling. Kinderen van een jaar of 12 zullen die tegenstelling zelf wel aanvoelen, maar jongere kinderen?... Tenzij het boek duidelijk voor +12 jaar wordt uitgegeven?

Al bij al: de moeite van het publiceren zeker waard. Proficiat!

                                                                                                            Tilly Stuckens

                                                                         

Uitgeverij Lannoo, Tielt

Het manuscript werd verbeterd - er werd rekening gehouden met de suggesties van mevrouw Tilly Stuckens - en op 21 juni aangetekend verzonden naar Uitgeverij Lannoo.

Op 4 oktober kwam het antwoord: ‘We zijn bereid uw werk uit te geven. We zouden het graag

in onze zomeraanbieding 1985 opnemen zodat het in de loop van juni kan verschijnen.’

 

Advies van een lektor

Lieven Sercu, adjunct-uitgever: ‘Na lezing van uw werk was ik reeds in de wolken, maar ik wilde eerst de mening van één van onze lektoren afwachten om zekerheid te hebben. In zijn beoordeling staan heel wat waardevolle adviezen en ik hoop dan ook dat ze u kunnen helpen bij uw herwerking van de tekst.’

Kinderen van de Falls

‘De algemene indruk die dit werk naliet is erg positief.

Het gegeven is op zich al aantrekkelijk en wordt verteltechnisch boeiend uitgewerkt. De parallelstructuur waarbij de twee verhaaldraden Ierland-België mekaar reliëf geven wordt in zijn verscheidene mogelijkheden goed benut. Soms primeert de contrastwerking, dan weer de nuancering en een andere keer de versterking. De verstrengeling van de verhaaldraden naar het einde toe waar de Ierse dreiging via het bericht van het nieuw aangekomen Ierse jongetje, de onduidelijke brieven en de onbeantwoord blijvende telefoon, doet de spanning vakkundig toenemen. Alleen het einde zelf stelde me ietwat teleur, het kwam me nogal braafjes over, “peace after all”. De auteur heeft vanzelfsprekend het recht haar boodschap voor een vredevolle oplossing naar voor te schuiven. Ze doet dit bovendien op een goed voorbereide manier (de hele verhaaldraad: werk van Francis bij Owen en Moya – dood van beiden door een aanslag – ontnuchtering). Maar toch leek het me in de hele context van dit boek niet aangrijpend genoeg. Verder worden de vertelstandpunten erg kundig afgewisseld en zijn de dialogen levendig en levensecht. De overschakeling Engels-Nederlands gebeurt op een vlotte en realistische manier.

De vele informatie die in het verhaal tussengeschoven wordt, is doorgaans goed verwerkt en ingewerkt. Alleen de lange preek van Oma – waarbij ze haar informatie uit een brochure haalde – komt wat gewrongen over.

De karaktertekening is doorgaans krachtig. De oma echter, hoewel ze een erg belangrijke rol speelt – blijft op een aantal punten wat onduidelijk of lijkt er teveel op een extra ingeschoven figuur.

De sfeerschepping is zeer sterk (zie bv. De weergave van de buurt rond de Divis Flats).

Tenslotte nog enkele kleine opmerkingen betreffende taal en stijl. Ze werden in de tekst met potlood aangeduid.’

 

ONDERSCHEIDING BOEKENLEEUW

Juryrapport Boekenleeuw 1986 (Uitgaven 1985)

‘Voor de jurering van de in Vlaanderen verschenen kinder- en jeugdboeken - ruim 50 oorspronkelijk en zo’n 25 vertaalde werken - werden dit jaar 19 juryleden bijeengebracht uit diverse milieus: critici, auteurs, boekhandelaars, pedagogen en wetenschappers.

De bekroningen met de ‘boekenleeuwen’ dienden toegekend te worden aan jeugdboeken die uitmunten door inhoud en presentatie. Uit de boeiende en vlotte discussie kwamen volgende boelen naar voor:

Tot 8 jaar        Gregie De Maeyer       ‘Pief Poef Paf, mijn broek zakt af’

8 tot 12 jaar    Riet Wille                   ‘Raadsels te koop’

Boven 12 jaar   Lisette Hoogsteyns     ‘Kinderen van de Falls’

Vertalingen      Hilde Vandeweghe       ‘Anton’

Bij de categorie +12 had de jury het een stuk moeilijker omdat de kwaliteit van de te beoordelen boeken globaal gezien opmerkelijk hoger lag dan in de vorige groepen. Uiteindelijk werd ‘Kinderen van de Falls’ van Lisette Hoogsteyns bekroond, vooral omwille van de authentieke, genuanceerde, directe en voor  Vlaamse jongeren erg herkenbare schildering van de Noordierse problematiek en levenssituatie. Deze problematiek werd verwerkt in een voor kinderen spannend en sterk gevoelsgeladen verhaal dat echter nergens gezocht sensationeel overkomt.

De parallelstructuur waarbij twee milieus, Ierland en België elkaar reliëf geven , wordt in zijn verschillende mogelijkheden knap uitgewerkt, waardoor de spanning en de dreiging vakkundig worden opgevoerd. De personages worden krachtig en levensecht getypeerd, waarbij de twee hoofdfiguren Thomas en Francis door hun verschillende leeftijd, mentaliteit en afkomst heel wat identificatiemogelijkheden bieden voor een ruime leeftijdsgroep.

De milieuschildering is geloofwaardig en voor wat Belfast betreft vaak beklemmend. De informatie is doorgaans vlot in het verhaal verwerkt. De vertelstandpunten worden soepel afgewisseld en de dialogen zijn meestal levendig en levensecht. De taal is erg concreet en bij momenten opvallend zintuiglijk waardoor geuren, geluiden enz. als het ware direct worden opgeroepen.’ (Jan Van Coillie)

  

RECENSIES

Jeugdboekengids juli 1985 - Sunday Bloody Everyday

Lisette Hoogsteyns is er met dit boek in geslaagd een aardig beeld te geven van de vaak dramatische levenssituatie waarin de meeste Noordierse kinderen vastzitten. Doordat het verhaal op ware en concrete gebeurtenissen geschoeid is en de hele problematiek vertaald werd in een voor kinderen spannend en sterk gevoelsgeladen verhaal, zal het wellicht ook de interesse opwekken van kinderen die weinig of helemaal niets van de hele Noordierse kwestie afweten. Zonder echt stelling in te nemen of een subjectief oordeel te willen vellen, is er onderliggend bovendien een indringende aanklacht tegen geweld (in het algemeen) en de vaak daarmee samenhangende ellende die veelal onnodige slachtoffers eist.

De neergezette figuren zijn levensecht, de enscenering geloofwaardig; het verhaal is vlot verwoord en de veelal vlotte dialogen maken er een levendig geheel van. Met Thomas en Francis worden twee hoofdfiguren neergezet die door hun verschil in leeftijd en de daarmee samenhangende verschillen in verlangens en dromen en het sterk verschillend verwachtingspatroon, heelwat identificatiemogelijkheden bieden voor een vrij ruime leeftijdsgroep. Jonge lezertjes zullen zich vooral sterk aangetrokken voelen tot Thomas die nog heelwat onschuldige, kinderlijke spontaniteit uitstraalt; de iets ouderen zullen zich wellicht meer vertrouwd voelen met Francis in wie meer het onzekere en het onevenwichtige van een puber schuilgaat.

‘Kinderen van de Falls’ heeft zeker geen opgewekte toon. Veeleer is het een triest, intriest verhaal doordat het precies onomwonden vanuit de realiteit is geschreven en, zoals de schrijfster beweert, ‘die realiteit vaak schrijnender is dan elke verbeelding’.

Een aan grijpend boek dat tot nadenken kan aanzetten.

  

Lektuurgids juni-juli 1985

Vooral in het begin van het boek gaat het geweldig vlot: we leven mee met de familie Mervin alsof we er deel van uitmaken. Ieder personage, hoewel niet tenvoeten uit getekend, komt levensecht over. Het tweede gedeelte doet geforceerder aan. Normaal misschien, omdat de hele toestand ongewoon is.

In ieder geval, ondanks het feit dat de auteur hier een duidelijke stellingname verwoordt ten voordele van de Ierse katholieken, is dit een fantastisch boek geworden. Weinig auteurs van eigen bodem dat haar dit na! Spannend, literair verantwoord, sociaal geëngageerd, in één woord: een geweldig boek.

Voor lezers van 12 jaar en ouder. (C.V.)

 

De Boekenboot Jaargang 4 nr.2, juni 1987

In 1985 publiceerde Lisette Hoogsteyns ‘Kinderen van de Falls’, een boek dat door veel recensenten alom geprezen is. De schrijfster kiest de stilte van de nacht om haar verhalen neer te schrijven, te korrigeren en te herschrijven, maanden aan een stuk.

Haar boeken zijn dan ook het uitstekende resultaat van de kombinatie inspiratie met transpiratie.

 

Woorden voor een betere wereld. Nationaal Bibliotheekfonds 1989

Jeugdlectuurlijst over oorlog, vrede en multiculturele samenleving.

Terwijl een Noordierse jongen in België op verlof komt, raast het geweld in Ulster verder. Spannend, goed getekende personages, literair, sociaal geëngageerd: een prima boek over de verscheurende burgeroorlog. 12+. (Jef Boden en Chris Versteylen)

 

“De realiteit is zoveel grimmiger dan de verhalen”

Kinderen van de Falls is in de eerste plaats een uitstekend verteld, spannend, warm verhaal, dat ook jongeren die nooit met Ierse kinderen te maken gehad hadden, zal aanspreken.

Lisette Hoogsteyns bewijst met dit boek dat ze informatie over konkrete toestanden aan bod kan laten komen zonder dat dit de dramatische spankracht van het verhaal doet verslappen. (Tilly Stuckens)

 

CHILDREN OF THE FALLS 

 

Tijdens het schooljaar 1987-88 behaalde Lieve Anckaert, Stadenstraat 14, 8800 Roeselare (051 22 34 58) het diploma Licentiaat Vertaler aan de Katholieke Vlaamse Hogeschool, St. Andriesstraat nr.2, 2000 Antwerpen (03 225 06 40), met een licentiaatsverhandeling onder begeleiding van mevrouw Mia Vannerem, Volhardingsstraat 98, 2020 Antwerpen (03 2372677), docente aan de Katholieke Vlaamse Hogeschool.

 

        Deze licentiaatsverhandeling omvatte:

1 Een theoretische beschouwing over het vertalen van kinderboeken naar een vreemde  taal.

2 De volledige vertaling van ‘Kinderen van de Falls’ door Lisette Hoogsteyns,